Wist je dat je kano een schip is? En dat je zelf de schipper bent? Dat klinkt gewichtig en dat is het ook, want zo staat het in de wet. Je bent op het water een verkeersdeelnemer, net als alle andere bestuurders van vaartuigen.
Gewichtig is het wel, maar ook een beetje saai, als ik het mag zeggen. Als ik in mijn kano stap zoek ik de ontspanning en de vrijheid van een tochtje op het water. De sfeer en het tempo zijn anders dan in het dagelijkse leven en het gewone gezeur en gedoe is mijlenver bij je vandaan. Lekker een uurtje zorgeloos peddelen, dan kan je er weer een hele tijd tegen.
Als je dan ook nog aan de wet moet denken... pfoe.
Gelukkig hoeven wij ons niet heel vaak bezig te houden met voorschriften en regels. Met de wind en de golven hebben we meestal meer te stellen dan met de andere verkeersdeelnemers. Immers, in een kano ga je niet zo hard en er is maar weinig dat je met je gezonde verstand niet kunt oplossen. Als het druk is kunnen wij met onze kleine diepgang op een rustig stukje van het water varen, bijvoorbeeld buiten de vaargeul. Voor een erg grote boot ga je toch wel even opzij - daar hoef je niet echt over na te denken. Als er al een probleem was, dan is het daarmee opgelost.
Toch zitten we wel eens met een vraag, bijvoorbeeld: Wie heeft er voorrang? Waar mag je aan land? Mag die boot wel zo veel golven maken? Wanneer moet ik uitwijken? Moet er een naam op mijn boot staan? Ik ben eens in de vaarreglementen gedoken om het antwoord te zoeken op een aantal van deze vragen. Er zijn ook speciale verkeersborden voor de scheepvaart, aan het einde van dit stuk zet ik een aantal verkeerstekens neer waarmee wij te maken kunnen krijgen.
De voorschriften
De meeste antwoorden vind je in het BPR, het Binnenvaartpolitiereglement.
Daarin staan de regels die gelden op het binnenwater en op het IJsselmeer.
Het geldt niet op de Rijn en de Westerschelde en uiteraard ook niet op zee,
daar heb je dus minder aan dit stukje.
In een kano los je de meeste moeilijkheden wel op met je gezonde verstand. Dat staat ook ongeveer zo in het BPR, het heet goed zeemanschap. Met goed zeemanschap zorg je ervoor dat je veilig vaart zonder jezelf of anderen in moeilijkheden te brengen. Het BPR zou een dun boekje zijn als iedereen zich altijd als een goed zeeman gedraagt. Je kunt meteen zien dat het niet zo is, want er zijn nogal wat voorschriften en regels. Ik zal proberen daar uit te vissen wat interessant is voor ons kanoërs.
Voor ons is het belangrijk om te weten dat er onderscheid wordt gemaakt tussen kleine en grote schepen. Grote schepen zijn over het algemeen langer dan 20 meter, of ze mogen meer dan 12 personen vervoeren. Een kano is dus een klein schip. Verder is er verschil tussen zeilschepen, motorschepen en schepen die door spierkracht worden voortbewogen. Een zeilschip wordt alleen door zijn zeilen voortbewogen. Een surfplank is dus een klein zeilschip, en een zeilboot die op de motor vaart is geen zeilschip maar een motorschip. Kano’s en roeiboten worden door spierkracht voortbewogen.
Waar mag je varen en waar niet?
Het meeste binnenwater is openbaar. Je mag dus varen op bijna alle rivieren, meren, kanalen en sloten. Soms mag je een natuurreservaat niet in, zoals het Naardermeer of het Zwanenwater. Ook zijn een paar bijzonder drukke wateren verboden terrein voor kleine schepen, bijvoorbeeld het Amsterdam-Rijnkanaal, de Nieuwe Waterweg en een paar kanalen in Friesland. Ongetwijfeld is er nog meer op te noemen, maar dat is voor ons niet direct interessant. Sommige waterwegen mag je alleen dwars oversteken; sommige vaarverboden gelden weer niet op zon- en feestdagen.
Mag je in de buurt van andere boten komen?
Ja, dat mag en meestal is het geen probleem, maar houd er rekening mee dat een kano erg klein is, zodat een andere schipper je misschien niet ziet. Denk dus aan je eigen veiligheid.
Er zijn wel een paar verboden:
Hoe is de voorrang op het water geregeld?
In de kano doen we niet moeilijk over de voorrang, we laten de andere schepen meestal voorgaan. Toch is het goed om te weten hoe het in elkaar zit. In het kort zijn dit de regels.
Groot en klein.
In het algemeen moet een klein schip ruimte laten voor een groot schip. Klein wijkt voor groot. Voor een groot schip wijk je dus uit. Maar als een groot schip niet kan inhalen omdat er een tegenligger aankomt, dan moet het grote schip gewoon op zijn beurt wachten.
Kleine schepen onderling.
Als je in je kano een ander klein schip tegenkomt wordt het wat moeilijker.
In het algemeen geldt de regel: motor wijkt voor spierkracht of zeil,
spierkracht wijkt voor zeil.
Hee! Varen wij niet op spierkracht? Jawel, wij moeten dus een zeilboot voor
laten gaan en..... een motorboot moet voor ons uitwijken.
Vaak denkt een motorschipper daar anders over, en dan heeft hij dus ongelijk.
Wees in dat geval verstandig en wijk zelf uit. Ook dat is goed zeemanschap.
Ontmoetingen op het water.
Net als op de weg geldt: rechts houden.
Een versmalling moet je zonder oponthoud doorvaren. Als je gelijk met een ander schip aankomt bij de versmalling dan gelden de gewone regels, dus klein wijkt voor groot, motor wijkt voor spierkracht of zeil, spierkracht wijkt voor zeil.
Het schip dat inhaalt – de oploper – doet dit bij
voorkeur aan bakboord. Links inhalen dus, maar als er genoeg ruimte is mag
het ook aan stuurboord.
Vlak voor een ophaalbrug of een sluis mag je niet inhalen.
Wat is kruisen? Je kruist een ander schip als je het ontmoet, maar je vaart het niet tegemoet en je bent ook niet aan het inhalen.
Een vaarweg oversteken, een haven in- of uitvaren, een vaarwater in- of uitvaren mag alleen als het zonder gevaar kan en een ander schip daardoor niet plotseling en in sterke mate zijn koers hoeft te wijzigen. Verder gelden de normale regels.
Mag die
boot zulke hoge golven maken?
Heel kort: Nee. Officieel heet dit "een schip moet hinderlijke waterbeweging vermijden".
Misschien is dit wel het meest besproken "wangedrag" van andere boten ten opzichte van kano’s. Gelukkig zijn er veel schippers die even inhouden als ze langs kanoërs varen. Of dat ook helpt is een tweede. In een klein bootje als een kano heb je natuurlijk eerder last van golven dan op een oceaanreus, daar moet je zelf ook rekening mee houden.
Moet er een naam op mijn boot staan?
Het mag wel, maar alleen voor motorboten en wat grotere zeilschepen is het verplicht. Op een kano hoeft geen naam te staan.
Waar mag ik aan land?
Daarover staat niet veel in het vaarreglement. Er zijn wel plaatsen waar je niet mag aanleggen, die zijn aangegeven met borden. Trouwens: als ik mijn boot op de kant leg, ben ik dan wel aan het aanleggen?
Veel oevers zijn openbaar, bijvoorbeeld langs wegen. Daar mag je zo aan land.
Op privé-terrein moet je toestemming hebben van de eigenaar.
Waar je ook aan land gaat, gedraag je netjes dus laat geen rommel achter
en maak niets stuk.
Moet ik verlichting hebben als ik in het donker vaar?
Ja, ook een kano moet in het donker verlicht zijn. Als je in het donker vaart moet je een wit, rondom schijnend licht op je boot hebben. Overdag bij slecht zicht trouwens ook.
Verkeerstekens
Ook voor het waterverkeer zijn er verkeersborden. Hier volgen er een paar.
Borden met een rode rand geven vaak een verbod aan, blauwe borden geven
meestal een aanwijzing.
|
Doorvaart verboden | Doorvaart toegestaan |
|
|
Afgesloten vaarwater. Geldt niet voor kleine schepen zonder motor (dus ook niet voor kano’s). |
Verboden voor motorschepen. |
|
|
Verboden voor door spierkracht voortbewogen schepen (dus ook voor kano’s). |
Verboden voor kleine schepen (dus ook voor kano’s). |
|
|
Verboden stil te liggen. | Stilliggen is toegestaan. |
|
|
Verboden te meren binnen ... meter breedte. | Meren is toegestaan tot een breedte van ... meter . |
|
|
Dit water kruist een hoofdvaarwater. Opvaren is alleen toegestaan als schepen op het hoofdvaarwater niet worden gehinderd. | Dit water kruist een nevenvaarwater. |
|
|
Dit water kruist een hoofdvaarwater. Opvaren is alleen toegestaan als schepen op het hoofdvaarwater niet worden gehinderd. | Dit water kruist een hoofdvaarwater. |
|
|
Maximum snelheid in KM per uur. | Nadering van een versmalling in het vaarwater. |
|