Het weer voor kanoërs


Voorspellingen en weerbeelden

Klik op een afbeelding.


KNMI


weersverwachting


Weer.nl


Buienradar

Gegevens van Meetstation Den Helder






Weathernews

Weathernews.nl Neerslagradar

Het weer

Een bijdrage van Sander van Geffen.

Voordat je gaat kanoën is het altijd belangrijk dat je goed op de hoogte bent van de weersverwachting. Deze verwachtingen komen helaas niet altijd uit. Gelukkig zijn er wel wat manieren om de veranderingen van het weer voor de zeer korte termijn te zien aankomen. Om te beginnen volgt hier wat uitleg over de werking van verschillende weersystemen.

Wind

Op de ene plek op aarde is het warmer dan op de andere plek. Zoals bekend stijgt warme lucht op. Doordat de natuur altijd naar evenwicht en dus constante druk streeft zal de plaats van de warme lucht worden opgevuld door andere (koudere) lucht. Door dat opstijgen van warme lucht ontstaan er drukverschillen en ontstaan er dus hoge- en lagedrukgebieden. Lucht stroomt dan van hoge druk naar lage druk. Dit verschijnsel is dus wind.

Overheersende winden

Doordat de zonnestraling rond de evenaar vrijwel loodrecht op het aardoppervlak valt en rond de polen onder een hoek van 90° wordt er rond de evenaar per oppervlakte-eenheid meer warmte opgenomen dan aan de polen. Bovendien legt de zonnestraling naar de polen toe een langere weg af. De lucht boven het aardoppervlak van de evenaar wordt op die manier opgewarmd en begint te stijgen. Aan de bovenkant van de atmosfeer houdt deze op met stijgen en begint de lucht in noordelijke en zuidelijke richting uit te stromen. De lucht is ondertussen ook weer afgekoeld. Rond 30° noorderbreedte en 30° zuiderbreedte (Nederland bevindt zich op 52° noorderbreedte) daalt de lucht en warmt weer enigszins op. Hierdoor ontstaan er op deze breedten twee hogedrukgordels. Een gedeelte van de lucht zal terugstromen naar de evenaar (passaatwinden) en een ander gedeelte zal noord- respectievelijk zuidwaarts uitstromen. Door het vermengen van de warmere lichte lucht van de evenaar (de gedaalde lucht) en de koudere zwaardere poollucht ontstaan er op onze breedten rondkolkende lagedrukgebieden (depressies). Dat verklaart dan ook het wisselvallige weer bij ons. Doordat de aarde draait ervaren wij deze overheersende luchtstromingen niet als een wind rechtstreeks vanuit het zuiden of het noorden, maar als een zuidwesten of noordoosten wind. Dit verklaart dan ook dat de overheersende windrichting bij ons het zuidwesten is.

Hetgeen hierboven beschreven staat geldt alleen voor een egaal aardoppervlak en er wordt geen rekening gehouden met plaatselijke omstandigheden zoals bergen. Natuurlijk verschillen deze van plaats tot plaats en daarom wijkt de wind ook wel eens af van de overheersende richting. Bovendien hebben wij op onze breedte te maken met de depressies die voor onregelmatigheid zorgen.

Hoge- en lagedrukgebieden

De meesten van ons zullen ze wel kennen van de weerkaart. Zoals inmiddels bekend stroomt de lucht van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied. Door de draaiing van de aarde stroomt de lucht niet rechtstreeks naar de kern van een lagedrukgebied, maar circuleert de lucht. Bij een lagedrukgebied circuleert de lucht linksom en dus tegen de klok in. Bij een hogedrukgebied is het omgekeerde het geval. Zo kun je op een weerkaart dus globaal zien uit welke hoek de wind zal gaan waaien. Wanneer de isobaren (lijnen die punten met dezelfde druk op de kaart met elkaar verbinden) dicht bij elkaar liggen waait het hard, en (je raadt het al) het omgekeerde wanneer er weinig isobaren zijn. Op de weerkaart in figuur 1 is duidelijk te zien dat de wind bij ons uit het zuidwesten waait.

Hogedrukgebieden hebben meestal een stabiliserende invloed op het weer maar het wil niet altijd zeggen dat het mooi weer is in de buurt van een hogedrukgebied. Er kan zich bijvoorbeeld ook koude vochtige lucht bevinden in een hogedrukgebied waardoor het juist mistig of miezerig weer is. Hard waaien doet het in ieder geval zelden in een hogedrukgebied. Bij een lagedrukgebied heb je weer precies het omgekeerde. Wanneer Nederland zich bijvoorbeeld aan de (zuid)oostflank van een groot lagedrukgebied bevindt hebben we hier te maken met een zuidelijke tot zuidwestelijke stroming en dus lucht afkomstig uit Zuid Europa. Het kan hier dus best mooi warm weer zijn terwijl we een lagedrukgebied in de buurt hebben.

Weerkaarten

Hieronder is een voorbeeld van een weerkaart te zien. Op deze kaart is duidelijk te zien waar de fronten en de hoge- en lagedrukgebieden zich bevinden. Onder de kaart staat een verklaring van de symbolen.

(figuur 1) weerkaart

* Een trog is een sterke buiging van isobaren in een lagedrukgebied waarin zich vaak buienlijnen of regengebieden vormen evenwijdig aan de trog.

Wolken

Zoals bekend ontstaan wolken door condensatie van waterdamp. Dit kan onder verschillende omstandigheden gebeuren en daardoor zijn er verschillende soorten wolken te onderscheiden. De wolkensoorten worden aangeduid door middel van Latijnse namen. Normaal gesproken komen wolken voor tot een hoogte van zo'n 13000 meter. Deze hoogte wordt in drieën verdeeld om de wolken in drie groepen te verdelen.

Lage wolken : 0 tot 2000 meter
Middelbare wolken : 2000 tot 5000 meter
Hoge wolken : 5000 tot 13000 meter

Deze groepen zijn weer onder te verdelen in geslachten. Er zijn grofweg drie geslachten.

Cumulus : Convectiewolken die ontstaan door opstijgende lucht.
Stratus : Mistachtige bewolking.
Cirrus : Dunne bewolking voorkomend op grote hoogte (bijv. "windveren").
Nimbus : Bewolking waaruit neerslag valt

Deze wolken zijn op hun beurt weer te verdelen in de uiteindelijke wolkensoort. Zie de volgende tabel.

Groep Geslacht Afkorting

Hoge wolken

Cirrus Ci
Cirrostratus Cs
Cirrocumulus Cc
Middelbare wolken Altostratus As
Altocumulus Ac
Nimbostratus Ns
Lage wolken Stratus St
Stratocumulus Sc
Nimbostratus Ns
Cumulus* Cu
Onweerswolk Cumulonimbus* Cb
* Deze wolkensoorten kunnen doorgroeien van het lage niveau tot hogere niveaus.

Cumuluswolken of stapelwolken kunnen doorgroeien tot buienwolken. Deze wolken ontstaan wanneer de lucht onstabiel is. De lucht is onstabiel als de bovenste luchtlaag kouder is dan de onderste laag. Hierdoor ontstaat convectie of thermiek. Wanneer de lucht zo onstabiel is dat er genoeg warme lucht opstijgt zal de cumulus alsmaar door blijven groeien. Op een gegeven moment groeit de wolk uit tot een cumulonimbus of onweerswolk, maar dat hoeft niet altijd. Het kan ook een cumulonimbus worden zonder onweer oftewel een gewone buienwolk. Cumulonimbi zijn te herkennen aan de paddestoelvorm. De "hoed" bestaat uit kleine ijsdeeltjes. Buienwolken hebben een veel kleinere hoed of helemaal geen hoed. Ze zijn herkenbaar als een groot wolkenkasteel.

(figuur 2) ontwikkeling van een cumulonimbus

Het zal duidelijk zijn dat cumulonimbi altijd zorgen voor slecht en vooral gevaarlijk weer. Wanneer er kans is dat er cumulonimbi ontstaan moet je natuurlijk altijd op je hoede zijn, en wanneer er een cumulonimbus in de buurt is, is het gewoon beter om een andere keer te gaan varen. Gelukkig is er een manier waarmee je ze (zij het met enige onzekerheid) kan zien aankomen.

Fronten

Door de verschillen van het landschap (woestijn ,zee, bergen, of polen) heb je boven deze gebieden verschillende luchtsoorten. Het zal duidelijk zijn zich dat boven de woestijn droge warme lucht bevindt en boven zee vochtige koudere lucht. Boven tropische zeeën is er uiteraard warme vochtige lucht. Zo heb je bijvoorbeeld polaire lucht, tropische lucht, of maritieme lucht. Het zal duidelijk zijn dat de luchtsoorten die zijn ontstaan boven zee over het algemeen vochtiger zijn dan luchtsoorten ontstaan boven land.

Doordat er wind is blijven deze luchtsoorten niet op een plek hangen, maar verplaatsen zich. Wanneer de ene luchtsoort in aanraking komt met een andere luchtsoort ontstaat er een overgang tussen de soorten lucht. Deze overgang verloopt echter niet abrupt, maar is vaak enkele tientallen tot soms wel 300 km breed. Op deze overgangen bevindt zich meestal veel bewolking, en in veel gevallen ook neerslag. Deze bewolking ontstaat doordat vocht in de warme lucht condenseert omdat deze in aanraking komt met de koudere lucht. De temperatuursverschillen tussen twee luchtsoorten zijn vaak erg klein, maar groot genoeg voor de vorming van een front.

Er zijn drie soorten fronten:

  1. koufront
  2. warmtefront
  3. occlusiefront

Bij een koufront komt een waarnemer van de warme lucht in de koude lucht en bij een warmtefront van de koude lucht in de warme lucht. Een occlusiefront is een warmtefront dat is "ingehaald" door een koufront.

Doordat warme lucht lichter is dan koude lucht, zal de warme lucht zich altijd aan de bovenkant van het front bevinden. Zie de plaatjes hieronder.

(figuur 3) koufront

(figuur 4) warmtefront

(figuur 5) occlusiefront

kenmerken van fronten

Elk soort front heeft globaal gezien een eigen weertype (dit kan natuurlijk afwijken). Bij warmtefronten is er vaak sprake van langdurige regen. De neerslagintensiteit is niet al te hoog en het gebeurt dan ook vaak genoeg dat het alleen motregent of miezert uit een warmtefront.

Bij koufronten is dat net weer even anders. Hieruit valt vaak buiige neerslag en koufronten kunnen (plaatselijk) een grote plas water achterlaten. Soms bestaat zo'n koufront uit niet meer dan een paar buienlijnen die over het land trekken. Dit gebeurt met name in de zomermaanden regelmatig.

Occlusiefronten hebben vaak een combinatie van deze twee. Het kan dan ook behoorlijk slecht weer zijn met een occlusie in onze buurt.

Voorspelbaarheid

Om te kunnen zien wat voor weer het wordt heb je niet altijd het weerbericht nodig. Veel weerverschijnselen geven zich een paar uur van te voren al aan door bepaalde soorten bewolking. Dat neemt niet weg dat als deze voorverschijnselen zich niet voordoen je niet alert moet zijn.

Onweer

Onweer kan men zien aankomen door de vorming van een bepaald soort Altocumulus (Altocumulus castellanus). Deze wolken zien eruit als kleine torentjes die zich min of meer in rijen ontwikkelen. Hieronder zijn wat plaatjes daarvan te zien. Wanneer deze wolken zich ontwikkelen duidt dat op een grote onstabiliteit in de atmosfeer. Meestal lossen ze na een korte periode op en lijkt er niets meer aan de hand te zijn, maar na een paar uur zou het wel eens flink kunnen gaan onweren. Het kan natuurlijk ook zijn dat de onweersbui een aantal kilometers verderop ontstaat. In dat geval heb je dus geluk. Overigens kunnen onweersbuien ook ontstaan zonder dat er Altocumulus Castellanus ontstaat. In dat geval moet je de aanwezige cumulus- of stapelwolken goed in de gaten houden.

Altocumulus Castellanus

cumulonimbus

Fronten

Ook wanneer er een front onze kant op komt kan men dat zien aankomen. Het duidelijkst is dat met warmtefronten en occlusiefronten. Wanneer deze ons land naderen is dat te zien aan de cirrostratus en altostratus. Bovendien ontstaat er door deze bewolking vaak een kring (halo) rondom de zon. Deze soorten bewolking lijken overigens wel erg veel op elkaar. Het enige verschil is de hoogte. Ook deze "voorspelling" kent enige onzekerheid. Het kan bijvoorbeeld ook zijn dat wanneer een warmtefront ons vanuit het westen nadert, het tot stilstand komt boven de Noordzee (stationair front). In dat geval zien wij dus wel de altostratus, maar blijft het gewoon mooi weer.

Cirrostratus en Altostratus.

Bij koufronten is het wat moeilijker om die te zien aankomen. Meestal gaat daar alleen wat Cirrus (windveren) aan vooraf, maar die kunnen ook voorafgaan aan een warmtefront voordat de altostratus zichtbaar wordt.

Cirrus

Een ander teken van de nadering van een front is het lang blijven hangen van vliegtuigstrepen.

Dit zijn dus enkele manieren om voor jezelf een korte-termijn verwachting te maken terwijl je op het water zit. Deze methode geeft echter geen 100% zekerheid dat het verwachte weer ook daadwerkelijk zal komen. De meteorologie zit vol met onzekerheden en onregelmatigheden. Het zal velen dan ook bekend zijn dat zelfs het KNMI er vaak genoeg naast zit.

Informatie

Om informatie over het weer te vinden zijn hier een paar interessante weersites vermeld.

http://www.knmi.nl/voorl/verken/index.html
Hier kun je informatie opvragen zoals: weerkaart, neerslagradar, en satellietbeelden.

http://weer.pagina.nl
Op deze site staan bijna alle belangrijke links die te maken hebben met het weer

http://users.bart.nl/~boudewyn/Overzicht.htm
Als je wat meer over de verschillende soorten wolken wilt weten, en je wilt er foto's van zien, kijk dan op deze site.

Verder is er natuurlijk teletekst. Op pagina 700 van NOS Teletekst is een overzicht te vinden van alle weerpagina's. Zelf gebruik ik het weerbulletin voor de luchtvaart (pagina 707). Hierin staat duidelijk beschreven hoe de situatie is wat betreft weersystemen zoals fronten en drukgebieden. Handig voor als je meer detail wilt. Mochten er overigens vragen zijn over deze pagina, stel ze gerust. Ik ben redelijk bekend met deze weerpagina omdat ik hem ook gebruik voor het zweefvliegen.

Op RTL-4 tekst vind je weerinformatie op de pagina's 190 t/m 197.

Ik hoop dat ik hiermee een bijdrage kan leveren aan een beter begrip van het weer, en dus aan een grotere veiligheid. Mochten er nog vragen of opmerkingen zijn, dan hoor ik die graag.

© Sander van Geffen