Het eerste bankje in Purmerend is prijs, even aan de kant voor koffie en koek.
De puber die op het bankje zat ging er als een speer vandoor toen hij ons uit de
ringvaart zag opduiken. Jammer,ik wilde hem vragen een foto te nemen. Dan moeten
we maar een foto maken met de
zelfontspanner.
Er ligt een nieuwe brug over de Where. Die is een beetje hoger dan de oude,
zodat je er makkelijk onderdoor vaart.
We kijken onze ogen uit naar de verschillende woonboten. Van drijvende
villa’s tot nauwelijks bewoonbare dobberende hutjes liggen
alle “bouw”stijlen vredig naast elkaar. Op de
Beemsterringvaart liggen de boten zo dicht bij elkaar dat de overburen elkaar
bijna een hand kunnen geven. Knus is het wel.

Vanaf het water lijkt mijn woonplaats een prachtig park met al dat groen en
verderop wordt het nog veel mooier. Ook de zon blijft schijnen dus ik smeer me
nog maar eens in.
De kruisertjes en motorbootjes die we tegenkomen doen het rustig aan, ik kan
makkelijk even meevaren op een hekgolf om weer aan te sluiten bij de rest van de
groep.
We gaan de Zeevang in bij een kano-overdraagplaats, die staat keurig aangegeven met een bordje. Aan de andere kant van de dijk is een bloemenweitje waar we de rest van de koffie broederlijk delen onder het oog van een welkomstcomité dat bestaat uit een stuk of zes pinken. Na een tijdje weten ze het wel en ze gaan eens kijken of het gras verderop ook zo mooi groen is.
We zien Frits langsfietsen en we roepen. Als hij doorheeft dat wij het zijn
knijpt hij toch maar in zijn remmen om over koetjes en kalfjes te praten en nog
even de laatste roddels door te nemen.
Watersport in de sloten van de Zeevang moet je letterlijk opvatten want het is hard werken in de zuigende blubber. Toch komen we er graag want het is een mooie polder. Tureluurs vliegen langs en de kieviten buitelen over ons heen. Een paar vissen springen over onze kano’s heen, eentje komt met een klap tegen mijn borst en vliegt met een boogje weer het water in.
Na deze conditietraining
voelt het water in de Purmerringvaart als een zalfje. We
hebben er zin in en de laatste kilometers naar huis trekken we lekker aan de
peddels.
Nu is er nog maar één vraag: waarom waren we maar met zijn vijven?